De evaluatie van plaspatronen. Een analyse van mictielijsten en symptoomscores. door Dr. Ernst Peter van Haarst

The evaluation of voiding patterns. An analysis of frequency-volume charts and symptom scores. Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Universiteit Utrecht. Januari 2015

The evaluation of voiding patterns. An analysis of frequency-volume charts and symptom scores. De evaluatie van plaspatronen. Een analyse van mictielijsten en symptoomscores. 

Klik hier voor het proefschrift in PDF

 

Nederlandse samenvatting

Dit proefschrift is een analyse van plasdagboeken en de Internationale Prostaat Symptoom Scores (IPSS) en hun onderlinge relaties, gebaseerd op 2 grote databases. De eerste database bevat een gegevens van een groot aantal mannen en vrouwen zonder plasklachten, die samen een normale populatie vertegenwoordigen. Deze database bevat 24-uurs plasdagboeken alsook IPSS. De tweede database bevat 7-daagse plasdagboeken en symptoom scores van urologische patiënten die 2 urologische poliklinieken bezochten.

1. Introductie - Hoofdstuk 1 is een korte introductie, waarin wordt uitgelegd dat analyse van plaspatronen symptoom scores en plasdagboeken basale tools zijn. In de literatuur worden vele termen gebruikt voor plasdagboek, deels afhankelijk van de bijgehouden parameters. De essentie is het aantal keren en de hoeveelheid per keer dat geplast wordt. In dit proefschrift gaat daarom de voorkeur uit naar de Engelse term frequency-volume charts (FVCs).

2. Review van literatuur over FVCs - Hoofdstuk 2 richt zich op FVCs, door middel van een review van de literatuur over FVCs tot eind 2011. Daarin werd getoond dat er vooral sinds 1995 een toename is van het aantal publicaties over FVCs, hoewel het merendeel van deze artikelen FVCs gebruiken om therapeutische interventies te evalueren. Het aantal originele artikelen dat zich richt op de waarde en de inhoud van FVCs lijkt zich te hebben gestabiliseerd rond de 20 per jaar. Enkele studies hebben verschillen tussen populaties beschreven, maar vanuit een diagnostisch oogpunt ontbreken duidelijke afkappunten. Meerdere auteurs hebben beargumenteerd dat als gevolg van de brede variatie in de FVC-parameters, de brede overlap tussen groepen de FVC ongeschikt maakt als diagnostisch instrument. Als gevolg van dit gebrek aan diagnostische sensitiviteit lijken artsen FVCs weinig te gebruiken. Desalniettemin adviseren meerdere internationale richtlijnen m.b.t. lage urinewegsymptomen of incontinentie om FVCs te gebruiken. Wij stelden dat ondanks teleurstellende resultaten in enkele studies, toekomstige studies zich moeten richten op de potentiële (toegevoegde) diagnostische waarde van FVCs. In onze samenvatting lieten we zien dat er een trend is om een duur van 3 dagen voor FVCs te adviseren. Informatie over hoe data worden verwerkt is op dit moment schaars. Digitale verwerking van FVCs zal waarschijnlijk het vaststellen van FVC parameters vergemakkelijken. De wijze waarop artsen FVC gegevens interpreteren is vooralsnog echter niet duidelijk. 

3. Reikwijdte van dit proefschrift - Aan het eind van de jaren negentig, toen wij begonnen aan de bouw van onze databases, was weinig bekend van de spreiding van FVC parameters. Het was toen duidelijk dat de urologische wetenschap behoefte had aan referentiewaarden. De doelstellingen van ons onderzoek zijn uiteengezet in Hoofdstuk 3. Het eerste doel was om normaalwaarden vast te stellen van FVC parameters alsook van de IPSS en hun onderlinge relaties. Voorts wilden we normaalwaarden voor de nachtelijke urineproductie en daarmee de grenswaarden voor nachtelijke polyurie vaststellen, en de vergelijking maken tussen nycturie vastgesteld d.m.v. IPSS versus FVC. Een ander doel was om bij te dragen in de discussie over de optimale duur van FVCs, waarbij zowel de betrouwbaarheid (reliability) als de nauwgezetheid van patiënten in het vastleggen (compliance) van FVC parameters zou worden meegewogen.

4. Normaalwaarden voor 24-uurs frequency-volume charts In Hoofdstuk 4 gebruikten we gegevens van 24-uurs FVCs van 1152 mannen en vrouwen van 20 jaar en ouder uit alle leeftijdsgroepen en zonder plasklachten om een beschrijving te geven van de FVC variabelen (zoals plasfrequentie, geplaste volumina, urine productie) en de relaties tussen leeftijdsgroepen en geslachten. Wij vonden een lineaire toename in de gemiddelde 24-uurs plasfrequentie en nycturie bij mannen van 6,0 respectievelijke 0,5 in de 3e van 70 jaar of ouder. In tegenstelling tot mannen, nam bij vrouwen de gemiddelde 24-uurs urineproductie lichtelijk af in de oudere 10-jaars leeftijdsgroepen; van 6,9 in de 3e het toe naar 8,2 in de 6e decade, om vervolgens weer af te nemen naar 7,8 in de groep van 70 jaar of ouder. Nycturie nam ook bij vrouwen lineair toe, maar langzamer dan bij mannen, van decade naar 1,4 in de groep van 70 jaar of ouder. 0,7 in de 3e Het gemiddelde volume per mictie nam duidelijk af in beide geslachten, van 313 naar 209 ml bij mannen en van 274 naar 240 ml bij vrouwen. Het gemiddelde 24-uurs volume was 1718 en 1762 ml bij respectievelijke mannen en vrouwen. In beide geslachten vonden we een sterke lineaire associatie tussen de 24-uurs urineproductie en de per portie geplaste volumina. 

5. Nauwgezetheid in vastlegging van 7-daagse frequency-volume charts - Urologische poliklinische patiënten werden verzocht om een 7-daagse FVC bij te houden, en daarbij notitie te maken van momenten of metingen die zij gemist hadden. Dit stelde ons in staat om de auwgezetheid van patiënten in het vastleggen (compliance) van FVCs te analyseren, zoals is beschreven in Hoofdstuk 5. Van 500 achtereenvolgende poliklinische urologische patiënten die bereid waren om een 7-daags FVC bij te houden, waren 378 formulieren van 228 mannen en 150 vrouwen evalueerbaar. De patiënten waren geïnstrueerd om gemiste registraties van tijd en/of geplast volume aan te duiden met een gecodeerde letter. Compliance hebben wij gedefinieerd als de overeenkomst tussen de geregistreerde tijden en volumina en de werkelijke frequentie (geregistreerde tijden en volumina plus de gemiste waarden). Het aantal van volledig geregistreerde dagen en gecategoriseerd niveau van compliance werden berekend. De gemiddelde waarden waren voor leeftijd 55 jaar (standaard deviatie [SD]: 16 jaar), voor IPSS 13,8 (SD: 8,9), en voor 24-uurs urine productie 1856 ml (SD: 828 ml). Op dag 7 had 28% van de patiënten geen enkele registratie voor tijd of volume gemist. Gemeten over alle patiënten nam de compliance van de groep voor de registratie van alleen de tijd af van 96% naar 81% (gemiddeld: 91%); compliance van de groep voor de registratie van alleen het volume nam af van 93% naar 78% (gemiddeld: 88%). Er werd geen significante relatie gevonden tussen de compliance (tijd of volume) en enige FVC parameter. Vanaf dag 2 nam met de dag de compliance significant af. Over de eerste 5 dagen lag de compliance bij de meeste patiënten boven de 80%.Wij concludeerden dat voor de totale groep een 7-daagse FVC een hoge compliance heeft met gemiddelde percentages van 91% voor tijd en 88% voor volume.decade naar 8,5 respectievelijk 1,6 in de groep decade nam

6. De optimale duur van frequency-volume charts - In Hoofdstuk 6 combineerden we de gegevens over de compliance met de berekende betrouwbaarheid (reliability) van 7-daagse FVCs om de meerwaarde te bepalen die elke dag langer meten zou hebben, waaruit de optimale duur voortvloeit. FVC van 228 mannen en 150 vrouwen werden geëvalueerd. De gemiddelde leeftijd was 55,2 jaar (SD: 16,2 jaar), en de gemiddelde 24-uurs urine productie was 1856 ml (SD: 828 ml). Gedurende 7 achtereenvolgende dagen werd van elk plasmoment de tijd en het volume genoteerd. Gemiste metingen werden aangeduid met een gecodeerde letter, waarmee de ware frequentie en daarmee de compliance werden vastgesteld. Het percentage patiënten met complete FVCs nam af van 78% op dag 2 tot 58% op dag 7, en zakte naar minder dan 70% na 4 dagen. Reliability is de overeenkomst van de per dag gemeten FVC parameters met het patroon van de 7-daagse FVCs. Reliability op een enkele dag werd bepaald door gebruik te maken van de Spearman-Brown formule. Deze enkele-dag reliability was r = 0.63 voor de nachtelijke urine productie, r = 0.72 voor de 24-uurs urine productie, en r = 0.80 voor het gemiddelde geplaste volume. Op dag 5 was voor alle parameters een reliability van 90% bereikt. We concludeerden dat met elke extra dag, FVCs een afname in compliance en een toename in reliability geven. Op dag 3 was een reliability van 80% bereikt voor alle FVC parameters, maar compliance zakte naar 73%. Na 5 dagen is de meerwaarde van extra gemeten dagen beperkt. Wij adviseren een FVC-duur van 3 dagen, hoewel de lengte korter of langer kan zijn afhankelijk van het doel van de FVC. 

7. Internationale Prostaat Symptoom Score in een populatiesteekproef - In 1992 werd een gevalideerde vragenlijst van 7 items, die ten doel had plasklachten te categoriseren, door de American Urological Association omarmd. Na toevoeging van een ziekte-specifieke kwaliteit van leven score, werd deze vragenlijst populair onder de naam IPSS.Ongelukkigerwijs geeft deze term teveel een prostaat-georiënteerd concept van plasklachten weer. In Hoofdstuk 7 lieten we zien dat in een populatie van 1143 volwassenen zonder plasklachten, verdeeld over beide geslachten en alle leeftijdsgroepen in decaden, de IPSS significant hoger ligt in opeenvolgende leeftijdsgroepen. Mannen in de 3e score van 2,8; mannen ouder dan 70 hadden een score van 7,0. Bij vrouwen waren deze scores respectievelijk 4,0 and 5,6. Dus in zowel mannen als vrouwen zonder plasklachten neemt de IPSS toe met de leeftijd. Deze stijging was meer uitgesproken in mannen. De toename was ongeveer gelijk verdeeld over de scores betreffende de blaasvulling als de scores betreffende het plassen. De factoren die het meest bijdroegen in de correlatie met de leeftijd waren bij mannen de zwakke straal en bij zowel mannen als vrouwen de nycturie en de aandrangsklachten. Hoewel dus alle personen stelden geen plasklachten te hebben, had 17% middelmatige symptoom scores, en had zelfs 1% ernstige scores.

8. Nycturie afgeleid uit de Internationale Prostaat Symptoom Score en uit de frequency-volume chart  - In Hoofdstuk 8 analyseerden we verschillen in nycturie zoals die was vastgesteld d.m.v. de IPSS en 7-daagse FVCs. In totaal werden 398 formulieren verzameld van 500 achtereenvolgende urologische poliklinische patiënten die bereid waren om gedurende 7 dagen een FVC bij te houden. Alle patiënten vulden een algemene vragenlijst in, een IPSS, en decade hadden een gemiddelde een blaas-symptoom- en -hinderscore. Gemiste metingen werden aangegeven met een gecodeerde letter. Patiënten van wie essentiële gegevens, bedtijden of de IPSS ontbrak, of die hun FVC minder dan 5 dagen bijhielden, werden uitgesloten van de studie. FVCs van 186 mannen en 115 v rouwen met een gemiddelde leeftijd van 56 jaar waren evalueerbaar. Bij 10,6% vd patiënten trad geen nycturie op. Van de patiënten met nycturie had 70% een gemiddelde nycturie van 1 of meer, en 34% had een gemiddelde nycturie van 2 of meer. Bij 43% van de patiënten kwam de IPSS overeen met de gecategoriseerde nycturie; 50% had een hogere IPSS nycturie score dan de berekende nycturie. In univariate analyse nam de correlatie van IPSS nycturie score met de gemiddelde berekende nycturie aanvankelijk toe met de duur van de FVC (dag 1 r = 0,52 tot dag 3 r = 0,63). Bij een langere registratieduur van FVCs nam de correlatie niet verder toe. Multivariate regressie analyse liet zien dat de nycturie score werd bepaald door de gemiddelde nycturie in de FVC, de nycturie hinderscore en de leeftijd van de patiënt. We concludeerden dat de IPSS nycturie score de nycturie in de meeste patiënten overschat vergeleken met de nycturie afgeleid uit een 7-daagse FVC. Bij het scoren van IPSS nycturie vraag 7 lijken patiënten de mate van hinder mee te wegen. De correlatie van de nycturie score met de gemiddelde nycturie nam tot dag 3 toe met de duur van de FVC.

9. Nachtelijke polyurie - De nachtelijke polyurie index is de ratio van de nachtelijke urine productie en de totale 24-uurs urine productie. Op basis van twee kleine studies heeft de International Continence Society (ICS) nachtelijke polyurie gedefinieerd als hebbende een nachtelijke polyurie index van boven de 33%. Tijdens de analyse van de data van de populatie beschreven in Hoofdstuk 2, viel het ons op dat het voorkomen van nachtelijke polyurie zoals gedefinieerd door de ICS hoog was. In Hoofdstuk 9 zochten we criteria voor nachtelijke polyurie in asymptomatische, niet-urologische volwassenen van alle leeftijden, door het vaststellen van referentiewaarden voor de nachtelijke polyurie index en voorspellers van nycturie te vinden. Data van een database van FVCs uit een referentie populatie van 894 niet-urologische, asymptomatische vrijwilligers uit alle leeftijdsgroepen werden geanalyseerd. De nachtelijke polyurie index had een brede spreiding maar een normale verdeling met een gemiddelde ± SD van 30% ± 12%. Het 95e percentiel van de waarden was 53%. Boven dit afkappunt had iemand nachtelijke polyurie. Deze waarde staat in scherp contrast met de ICS definitie van 33% maar komt overeen met diverse andere rapportages. In multivariate regressie analyse met de nachtelijke polyurie index als de onafhankelijke variabele, waren slaaptijd, maximum geplaste volume, en leeftijd de covariaten. De toename in de nachtelijke polyurie index met de leeftijd was echter klein. Exclusie van personen met polyurie en nycturie vd analyse veranderde de resultaten niet relevant. De nachtelijke mictiefrequentie was afhankelijk vd slaaptijd en het maximum geplaste volume, maar bovenal vd nycturie index,dat is de nachtelijke urine productie gedeeld door de functionele blaascapaciteit. We concludeerden dat het voorkomen van nachtelijke polyurie wordt overschat. We suggereerden een nieuwe afkapwaarde voor de nachtelijke polyurie index: er is sprake van nachtelijke polyurie indien de nachtelijke polyurie index groter is dan 53%. De nycturie index is de beste voorspeller van nycturie.

© 2016 Continentie Stichting Nederland  |  Disclaimer Contact